| Verslag NCK ploegentijdrit 3 oktober 2009 |
![]() Voor de 23e plek op het Nederlands Club Kampioenschap ploegentijdrit (NCK, 3 oktober jongstleden) had ik als ploegleider van Swift bij de start van de voorbereidingen niet getekend. Een plek bij de eerste tien was waar ik voor ging. Een steeds krapper wordende selectie (blessures, pech, motivatiegebrek) en beestachtige omstandigheden zorgden ervoor dat slechts enkelen zich staande konden houden in het NCK-geweld. Gelukkig overheersen achteraf vooral de bewondering van de dag en de plannen voor volgend jaar.
Het is 8 uur 53 als ik op zaterdag 3 oktober het clubhuis van Swift binnen word geblazen. Drie gedachten gaan door m’n hoofd: ‘Nog exact 6 uur voor de start’, ‘wat doe ik in Swiftsnaam ’s-ochtends op 3 oktober in het clubgebouw’ en ‘zijn er in deze omstandigheden wel minimaal twee renners in staat om de wielen van Erik en Norbert te houden?’ Bij de start van het traject ging ik nog uit van 14 potentiële NCK-renners. Uiteindelijk kregen we met pijn en moeite zes man op de been die als renner de reis naar NO-Groningen maakten: Jurrien Rinsema, Peter Slegtenhorst, Johan Berk, Sven Tuit, Norbert van der Straaten en Erik van Lakerveld. De begeleiding bestond uit Willem Blöte, Selmar Pigge, Jeroen Straathof en ondergetekende. Bij deze overigens allemaal nogmaals veel dank voor jullie inzet. Om 12 uur komen we Hoogezand-Sappemeer binnenrijden, wat betekent dat we de start van het damesviertal van Swift net hadden gemist. Na het halen van de rugnummers en een koffiebreak spoedden we ons naar de finish om de dames (Natasja de Vroome, Nina Kessler, Gabrielle Rovers en Regina Bruins) in ieder geval aan te zien komen. Op een steeds stormachtiger wordend parcours worden ze uiteindelijk 11e in een veld van 31 met een gemiddelde van 39,26 km/uur. De winnaar Ahoy reed met 41,28 net 2 km/uur sneller. Om 14 uur rijdt de herenploeg onder twee partytenten op zes Tacx-en zich warm. Ondertussen is de wind aangewakkerd tot een windkracht 7 met vlagen van 8. De donkere wolken dreigen niet langer met hun inhoud, maar laten het water spettergewijs gaan. Na een half uur warming-up gaan de droge shirts en de trainingsjacks aan en rijdt de ploeg naar de start. Ze nemen daar plaats achter Alcmaria Victrix. Het zou mooi zijn als ze die ploeg, met o.a. de profs Laurens ten Dam en Matthé Pronk, in zicht kunnen houden. Om 14.53 zet de Swift-trein zich in beweging. Fotograaf Jeroen schiet nog een actiefoto als de ploeg voorbij flitst, waarna ook hij in de volgauto stapt. De eerste kilometer bestaat uit veel bochten en neemt Erik voor zijn rekening. Daarna is het een km of zes rechtuit met de wind in de rug. De snelheid loopt op tot boven de 50 km/uur wat voor een aantal nog tamelijk extensief is, terwijl anderen al tegen het rood aan rijden. Een haakse bocht naar rechts luidt het zwaarste deel van de 50 km in. Bijna 20 km gaat het schuin tegen of pal tegen de wind in, welke vergezeld gaat met een steeds harder neerdalende regen. Hier raken we ook snel achter elkaar Peter en Jurrien kwijt. Omdat Sven op dat moment op breken lijkt te staan, geven we via de oortjes Erik en Norbert aan dat het iets minder snel moet gaan. De vierde tijd telt dus vanaf nu is elke renner heilig. Langzamerhand komt er wat meer rust in de ploeg. Sven komt er doorheen en draait weer mee in de carrousel. Net als Johan doet hij korte kopbeurten, terwijl Erik en Norbert niet moe lijken te worden en het leeuwendeel van het werk voor hun rekening nemen. Het bereiken van het hoogste punt van de wind blijkt slechts korte tijd een opluchting te zijn. Weliswaar hebben we nu voornamelijk steun van de wind, maar de wegen zijn spekglad door regen en bladeren, deels voorzien van keitjes en heel erg smal. Eigenlijk mogen we blij zijn dat we nog maar met z’n vieren zijn, want voor meer renners is niet eens plaats op de weg. Zeker als de wind van de zij komt hangt de voorste onderin de beugels (ligstuur is te gevaarlijk) leunend tegen die wind in. Bij Johan kruipt na een aantal slippertjes de angst in de benen en hij houdt in het laatste wiel een veilige, maar daardoor wel zware marge aan op Sven. Sven komt af en toe kort op kop, maar zit vooral beurtelings achter Erik en Norbert, die geen vermoeidheid lijken te kennen. Na nog een laatste km tegen de storm in, draaien we de finishstraat in. Iedereen geeft nog een keer vol gas. Een paar, voor Erik altijd lastige, bochten zorgen ervoor dat hij als vierde binnenkomt en de tijd zet: 1.06.33 met een gemiddelde van 44,09 km/uur. Uiteindelijk dus de 23e plaats, op meer dan 5 minuten achter winnaar Noord-Holland (47,75 gem). Na de finish kijk ik in de holle ogen van Sven die héél diep is gegaan. Enorm veel respect heb ik voor hem gekregen in zijn eerste NCK bij de ‘grote jongens’. Johan lijkt opgelucht te zijn dat hij niet is gevallen, want hij vreesde erger en dat zorgde ervoor dat hij zich niet helemaal leeg heeft kunnen rijden. Erik en Norbert hebben zichtbaar genoten van het tegen de wind in beuken en ik genoot daar weer van. Peter en Jurrien zijn zichtbaar teleurgesteld, want ze hadden een grotere rol willen spelen. Die grotere rol hadden we als ploeg allemaal willen spelen. Gelukkig overheerst tijdens het gezamenlijke diner in Joure niet de teleurstelling van het NCK 2009, maar de plannen voor het NCK in 2010: een bredere selectie, vroeger beginnen, meer gezamenlijk trainen en vooral… nog harder rijden. Ron Onderwater (ploegleider)
|
